|
» ALGEMEEN GEMEENTELIJK POLITIEREGLEMENT Art. 1.51. Algemene verplichtingen
Art. 1.52. Hondenpoep Art. 17.1. - Het is verboden op of langs de openbare weg, in de bossen en op andere openbare plaatsen honden te laten loslopen of te laten rondzwerven. Ze dienen aan de leiband te worden gehouden. Kwaadaardige honden moeten gemuilband zijn. Met betrekking tot het strand en de duinen zijn de bepalingen vervat in art. 1.51 §4 van het A.G.P. van toepassing Art. 17.2. - Het is verboden honden van het ras Pitbull-Terriër te houden of ermee te verblijven op het grondgebied van de gemeente. Art. 17.3. - Rondlopende honden, moeten door de lokale politie gevangen worden en
overgebracht worden naar een inrichting die deze wil in bewaring houden, op kosten van
de eigenaar. Deze kan zijn dier alleen terug bekomen na betaling van de onderhouds- Art. 17.4. - De toegang met honden is verboden tot alle openbare gemeentegebouwen
alsook tot de begraafplaatsen, met uitzondering van honden federale of lokale politie en
assistentiehonden voor visueel en motorisch gehandicapten. M.b.t. de begraafplaatsen Art. 17.5. - Wanneer honden openbare parken en plantsoenen, de openbare weg,
wandelpaden, voetpaden, trottoirs, grasbermen, bossen en zeedijken, of huisgevels
bevuilen, moeten de eigenaars of de begeleiders van deze honden de uitwerpselen
onmiddellijk verwijderen. Hiertoe dienen zij steeds in het bezit te zijn van een daartoe
bestemd zakje. Dit zakje moet kunnen dichtgeknoopt worden. Het dient op het eerste
verzoek van de lokale politie en federale politie getoond. De bepalingen van dit artikel
ontslaan de aangelanden evenwel niet van hun verplichting inzake reiniging. Art. 17.6. - Het is verboden dieren langer dan 1/2 uur op te sluiten in geparkeerde personenwagens of andere kleine voertuigen. |
|