» ALGEMEEN GEMEENTELIJK POLITIEREGLEMENT

Art. 1.51. Algemene verplichtingen
§1. Tijdens de paasvakantie en het badseizoen wordt de toegang tot het strand, de duinen en tot de zee verboden voor honden tussen 10 en 19 uur.
De zones op het strand waar de toegang met honden verboden is,
worden aangeduid door de volgende verbodsborden met vermelding van de verboden periode:

verbodsbord honden

§ 2. De eerste paragraaf is niet van toepassing op:
a) personen met een handicap die begeleid worden door een assistentie- of blindengeleidehond;
b) leden van de politiediensten met hun politiehond in de uitoefening van hun functie;
c) aangestelden van een erkende bewakingsonderneming in de uitoefening van een door de overheid vergunde bewakingsopdracht met hun waakhond.
§ 3. In de periodes en op de plaatsen waar honden toegelaten zijn op het strand, hoeven ze niet aan de leiband te worden gehouden. De begeleider dient echter steeds zijn loslopende hond in bedwang te kunnen houden en te beletten dat de openbare orde op het strand wordt verstoord door zijn hond.
§ 4. Kwaadaardige honden dienen aan een korte leiband te worden gehouden en een muilband te dragen.

Art. 1.52. Hondenpoep
De begeleiders van de honden moeten steeds in het bezit zijn van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier. Het zakje moet op het eerste verzoek van de politie of een bevoegd persoon worden getoond. De begeleiders van de honden moeten de uitwerpselen van hun dier onmiddellijk verwijderen met behulp van het daartoe bestemde zakje en het gebruikte zakje in een vuilnisbak deponeren.

Art. 17.1. - Het is verboden op of langs de openbare weg, in de bossen en op andere openbare plaatsen honden te laten loslopen of te laten rondzwerven. Ze dienen aan de leiband te worden gehouden. Kwaadaardige honden moeten gemuilband zijn. Met betrekking tot het strand en de duinen zijn de bepalingen vervat in art. 1.51 §4 van het A.G.P. van toepassing

Art. 17.2. - Het is verboden honden van het ras Pitbull-Terriër te houden of ermee te verblijven op het grondgebied van de gemeente.

Art. 17.3. - Rondlopende honden, moeten door de lokale politie gevangen worden en overgebracht worden naar een inrichting die deze wil in bewaring houden, op kosten van de eigenaar. Deze kan zijn dier alleen terug bekomen na betaling van de onderhouds-
en verplaatsingskosten. Indien de verantwoordelijke persoon van genoemde inrichting oordeelt dat het dier gevaarlijk is, of wanneer het niet aanvaard wordt, mag het dier afgemaakt worden, zonder recht op schadevergoeding.

Art. 17.4. - De toegang met honden is verboden tot alle openbare gemeentegebouwen alsook tot de begraafplaatsen, met uitzondering van honden federale of lokale politie en assistentiehonden voor visueel en motorisch gehandicapten. M.b.t. de begraafplaatsen
wordt deze maatregel aangeduid aan de desbetreffende toegangen door middel van een rond bord in witte kleur met rode rand en zwart symbool.

Art. 17.5. - Wanneer honden openbare parken en plantsoenen, de openbare weg, wandelpaden, voetpaden, trottoirs, grasbermen, bossen en zeedijken, of huisgevels bevuilen, moeten de eigenaars of de begeleiders van deze honden de uitwerpselen onmiddellijk verwijderen. Hiertoe dienen zij steeds in het bezit te zijn van een daartoe bestemd zakje. Dit zakje moet kunnen dichtgeknoopt worden. Het dient op het eerste verzoek van de lokale politie en federale politie getoond. De bepalingen van dit artikel ontslaan de aangelanden evenwel niet van hun verplichting inzake reiniging.
Met betrekking tot het strand en de duinen zijn de bepalingen vervat in art. 1.52 van het A.G.P. van toepassing.

Art. 17.6. - Het is verboden dieren langer dan 1/2 uur op te sluiten in geparkeerde personenwagens of andere kleine voertuigen.

naar boven

sitemap
zoeken
Print deze pagina