Meer dan 30.000 schelpen geïdentificeerd op eerste Grote Schelpenteldag!

Gepubliceerd op maandag 19 maart 2018 8 u.
Spijts de gure kou zakten op zaterdag 17 maart zo’n 400 burgers af naar zee om er samen 30.200 schelpen te verzamelen en op naam te brengen.
De kokkel of ‘hartschelp’ (symbool van de actie) bleek de meest algemene schelp, gevolgd door het nonnetje, de halfgeknotte strandschelp, de mossel en de Amerikaanse zwaardschede. Meer dan 10% van alle schelpen behoort tot een exotische soort die hier ooit bewust of onopzettelijk werd ingevoerd.
Met een striemende oostenwind en gevoelstemperaturen van -10 tot -15°C was 17 maart de koudste in zijn soort sinds het begin van de meteorologische waarnemingen in ons land. Toch lieten zo’n 400 burgers (van de 1200 vooraf geregistreerden) van over gans Vlaanderen zich niet afschrikken om naar zee af te zakken voor wat een memorabele dag zou worden.
Verspreid over tien telposten - één per kustgemeente - raapten de tellers in totaal 30.200 schelpen. Van de meer dan honderd soorten ooit aan onze kust aangetroffen, konden 58 soorten worden getraceerd. De talrijkste schelp was de kokkel (7.024 ex.). Deze hartvormige geribbelde soort komt aan onze kust vooral als fossiel (grijs-blauw of oranje-bruin gekleurd) voor. Deze schelpen getuigen van het waddenachtige landschap dat onze kust kende in de voorbije honderdduizenden jaren.
Op twee eindigde het nonnetje (6.472 ex.), een soort van fijnzandige zeebodems, bij het publiek ook wel bekend als ‘portemonneetje’. Die naam heeft dit gele, roze, grijze of witte schelpje te danken aan het veelvuldig voorkomen onder de vorm van doubletjes. De sterke slotband houdt immers beide schelphelften nog lang samen na het overlijden van het schelpdier.
De derde plek is weggelegd voor de halfgeknotte strandschelp (5.785 ex.), een schelpdier dat al heel lang voorkomt aan onze kust en veelal als fossiel materiaal op het strand wordt aangetroffen.
De mossel (2.920 ex.) eindigde op nummer vier.
De top-5 wordt afgesloten door de Amerikaanse zwaardschede (2.529 ex.), een exotische soort die pas in de jaren 1980 in het ballastwater van schepen zijn intrede deed in de Noordzee en er sindsdien massaal voorkomt in de zeebodem van ondiepe kustwateren. Na winterstormen belanden grote aantallen lege schelpen van deze ‘messen’ op het strand.
Naast de Amerikaanse zwaardschede konden nog drie andere exotische soorten in grotere aantallen worden vastgesteld: de Amerikaanse boormossel, de Japanse oester en het muiltje. Samen waren de vier genoemde exoten goed voor bijna 4.000 schelpen of 13% van alle geraapte exemplaren.
Van de purperslak vonden de tellers vijf exemplaren. Deze zeeslak verdween in 1981 van het toneel ten gevolge de vervuiling met het metaal tributyltin (TBT), een product dat gedurende tientallen jaren in scheepsaangroeiwerende werven werd verwerkt. Nadat de Internationale Maritieme Organisatie het product had gebannen, verschenen de eerste exemplaren aan onze kust opnieuw in 2012.
Interessant is ook dat een aantal schelpen duidelijk talrijker waren aan de West- dan aan de Oostkust. Dat geldt voor de Amerikaanse zwaardschede, de stevige strandschelp, de tapijtschelp en de rechtsgestreepte platschelp. De andere bodemgesteldheid in het ondiepe kustwater is hiervan de oorzaak.
 
De volledige top-20 (exoten cursief):
1) Kokkel: 7024 exemplaren
2) Nonnetje: 6472 exemplaren
3) Halfgeknotte strandschelp: 5785 exemplaren
4) Mossel: 2920 exemplaren
5) Amerikaanse zwaardschede: 2529 exemplaren
6) Zaagje: 1129 exemplaren
7) Amerikaanse boormossel: 1126 exemplaren
8) Stevige strandschelp: 671 exemplaren
9) Witte boormossel: 401 exemplaren
10) Grote strandschelp: 332 exemplaren
11) Ovale strandschelp: 329 exemplaren
12) Tapijtschelp: 263 exemplaren
13) Japanse oester: 216 exemplaren
14) Gevlochten fuikhoren: 163 exemplaren
15) Witte dunschaal: 141 exemplaren
16) Muiltje: 96 exemplaren
17) Rechtsgestreepte platschelp: 85 exemplaren
18) Melkwitte arkschelp: 83 exemplaren
19) Grote tepelhoren: 68 exemplaren
20) Gewone schaalhoren: 44 exemplaren