Het nieuwe masterplan komt er in het kader van de volledige verledding - dat wil zeggen omzetten naar led - van de openbare verlichting in De Haan, die tegen eind 2026 wordt afgerond. Vandaag wordt de verlichting nog grotendeels aangestuurd per stroomcabine. Zodra alle lichtpunten zijn uitgerust met ledverlichting, kunnen ze individueel worden aangestuurd. Daardoor wordt het mogelijk om veel gerichter te dimmen en te doven.
De overschakeling naar ledverlichting biedt veel meer mogelijkheden om de openbare verlichting op maat aan te sturen. We kunnen voortaan veel gerichter bepalen waar en wanneer verlichting nodig is. Met het nieuwe masterplan leggen we daarvoor een duidelijke structuur vast, maar het systeem blijft ook flexibel. Als de verkeerssituatie of de noden veranderen, kan het brandprogramma worden aangepast.
In de huidige regeling wordt dimbare verlichting vanaf middernacht gedimd en niet-dimbare verlichting tussen middernacht en 5 uur wordt gedoofd.
Het nieuwe masterplan deelt het grondgebied op in vijf deelruimtes en elke zone krijgt een aangepast brandprogramma:
- Verbindingswegen: belangrijke verkeersassen blijven het langst en het meest verlicht. Op weekdagen wordt de verlichting 's nachts sterker gedimd, terwijl er in het weekend langer meer licht blijft.
- Landelijke wegen: hier wordt de verlichting 's avonds en 's nachts sterker gedimd, met een beperkte verlichting tussen 23 en 5 uur op weekdagen.
- Woongebieden: de verlichting wordt afgestemd op de woonfunctie, met een sterkere dimming tijdens de nacht.
- Padenverlichting: de verlichting langs fietspaden volgt de planning van de naastgelegen weg, deze blijven dus verlicht. Op bepaalde wandelpaden in het bos gaat de verlichting wel uit tussen 23 en 5 uur.
- Gevaarlijke punten: op een beperkt aantal verkeerskritische kruispunten blijft de verlichting de hele nacht op 100 procent branden.
Op die manier wordt niet overal dezelfde regeling toegepast, maar wordt rekening gehouden met de functie van de weg en de aanwezigheid van verkeer en zwakke weggebruikers.
Minder en slimmer verlichten betekent ook minder energieverbruik. Door de verlichting op rustige momenten sterker te dimmen of uit te schakelen, beperken we het energieverbruik zonder in te boeten op de verlichting die op drukke of verkeersgevoelige plaatsen noodzakelijk is.

