Met het fietsexamen willen de basisscholen en de gemeente kinderen zo goed mogelijk voorbereiden om zich veilig, zelfstandig en zelfzeker in het verkeer te verplaatsen. De jeugddienst en de basisscholen staan, samen met de verkeers- en wijkagenten van de politie, de externe preventiedienst en heel wat vrijwilligers in voor de organisatie en begeleiding.
Tijdens de proef wordt niet alleen gelet op de fietsvaardigheid van de leerlingen, maar ook op hun verkeersinzicht, kennis van de verkeersregels en hun gedrag in verschillende verkeerssituaties. Ook behendigheid en aandacht voor andere weggebruikers maken deel uit van het examen.
De leerlingen bereiden zich vooraf goed voor en leren het traject en de aandachtspunten onderweg kennen. Dankzij de permanente bewegwijzering kunnen kinderen het parcours trouwens ook buiten het examen oefenen, samen met de klas, alleen of met hun ouders.
